Controle-informatie

Het bewijs, voldoende en geschikte controle-informatie is de basis voor het oordeel omtrent de getrouwheid van de jaarrekening.

  • Voldoende = Hoeveelheid informatie.
  • Geschikte = Kwalitatieve informatie.

Controle-informatie

Vanuit Standaard 500 worden de regels omtrent controle-informatie beschreven.

De controle-informatie komt uit de financiële administratie maar ook uit andere bronnen. Zowel interne- als externe informatie.

Het komt voor dat controle-informatie uit voorgaande controles wordt gebruikt. Dan moet de accountant vaststellen dat deze informatie ongewijzigd en nog van toepassing is.

Controle-informatie kan gebruikt worden voor:

  1. Risico-inschatting.
  2. Systeemgerichte werkzaamheden.
  3. Gegevensgerichte werkzaamheden.

De controle-informatie is primair bedoeld voor het aannemelijk maken van een bewering en in mindere mate als sluitend bewijs.

Bij het opvragen van controle-informatie wordt er een afweging gemaakt tussen de kosten voor het verkrijgen van deze informatie en de toegevoegde waarde. De controle moet immers effectief en efficiënt zijn. Overigens mag het achterwege laten van controle-informatie niet als reden hebben dat het te ingewikkeld, te veel tijd en kosten met zich mee brengt. Het gaat erom dat het controledoel behaald wordt effectief en efficiënt.

 

  • Controleaanpak = controlewerkzaamheden op hoofdlijnen.
  • Werkprogramma = controlewerkzaamheden in detail.

Controle-informatie

Kwaliteit controle-informatie

De kwaliteit komt voort uit de betrouwbaarheid en relevantie van informatie.

 

Relevante controle-informatie hangt samen met de controledoelstellingen (of beweringen). 

 

Om de volledigheid van de opbrengsten te controleren is een steekproef niet voldoende. Dus veel verkoopfacturen en andere documentatie controleren is niet altijd relevant.

Tegenstrijdige informatie (uit verschillende bronnen) vraagt om aanvullende werkzaamheden.

 

Betrouwbare controle-informatie wordt bepaald door: de bron, omstandigheden, deze vuistregels:

- Onafhankelijkheid van de informatieverstrekker (externe bron, buiten entiteit). Voorbeelden: standaardbankverklaring, advocatenbrief, bevestiging crediteuren/debiteuren, etc.

- Kwaliteit en effectiviteit interne beheersing.

- Directe ontvangst van de informatie (door de accountant).

- Wijze van verkrijgen (op papier, e-mail, mondeling).

- Origineel of kopie.

 

Objectieve informatie is betrouwbaarder dan subjectieve informatie.

 

Objectieve informatie: standaardbankverklaring, advocatenbrief, bevestiging crediteuren / debiteuren.

Subjectieve informatie: Bepaling incourantheid van de voorraden, kredietbewaking, achterstallige vorderingen etc.

 

Indien de accountant twijfelt over de betrouwbaarheid of inconsistentie waarneemt, zijn aanvullende werkzaamheden noodzakelijk. De twijfel moet dan weggenomen worden.

Verrassingselement

De controles van een accountant zijn gepland en voorspelbaar. Vanuit Standaard 240 volgt dat er een verrassingselement binnen de controle aanwezig moet zijn. Dit verrassingselement dient bij voorkeur gericht te zijn op een frauderisico (en dus significant risico).

  1. Een frauderisico is altijd een significant risico.
  2. Een significant risico is niet altijd een frauderisico.

Soorten controlewerkzaamheden

Er kan op de volgende manieren kwalitatieve controle-informatie verkregen worden.

 

NV COS 500.A2

Een bepaalde verzameling informatie is waarschijnlijk meer geschikt voor gebruik door een breed scala van gebruikers en is minder snel onderhevig aan invloed door een bepaalde gebruiker als de externe persoon of organisatie deze gratis aan het publiek verstrekt of beschikbaar stelt voor een breed scala aan gebruikers tegen betaling van een vergoeding. Oordeelsvorming kan vereist zijn om te bepalen of de informatie geschikt is voor gebruik door een breed scala van gebruikers, rekening houdend met de mogelijkheid van de entiteit om de externe informatiebron te beïnvloeden.

 

Controle-informatie kan verkregen worden uit: inspecties, waarneming, externe bevestigingen, controleberekeningen, cijferanalyses, performances of inlichtingen.

Inspecties

Het onderzoeken van interne of externe registraties of het uitvoeren van een fysiek onderzoek van een actief. Dit kan zijn onderzoek van documenten of elektronische gegevens. 

 

Drie soorten vastleggingen (en verschillende mate van betrouwbaarheid):

  1. Vastleggingen door derden en in bezit van derden: Kvk, Kadaster, Bkr etc.
  2. Vastleggingen door derden en in bezit van de entiteit: inkoopfacturen, contracten, subsidiebeschikkingen etc.
  3. Vastleggingen vervaardigd door de entiteit en in bezit van de entiteit: orders, kostprijsberekeningen, urenverantwoordingen, begrotingen, saldibalans etc.

 

De eerste is de meest betrouwbare controle-informatie. De derde de minst betrouwbare. Kenmerkend verschil is extern en intern vervaardigd, daarnaast waar de controle-informatie van afkomstig is (verkregen van de klant of juist zelf extern verkregen).

 

Fysieke inspecties kunnen plaatsvinden op kasgeld, activa, voorraden etc.

Een integrale inventarisatie van voorraden vindt plaats rondom balansdatum.

Partieel roulerende inventarisatie is gedurende het jaar (iedere keer een deel van de voorraden).

 

Waarneming

Een waarneming kan zijn de aanwezigheid bij een inventarisatie of andere procedure. Het observeren van de uitvoering van een bepaalde beheersmaatregel is waarneming (ter plaatse). 

Waarneming ter plaatse is meestal niet als enige controlewerkzaamheid toepasbaar. Dit komt doordat dit een waarneming is en geen schriftelijke onderbouwing. Het maken van beeldmateriaal (foto’s / film) tijdens de waarneming kan de betrouwbaarheid ten goede komen.

Bevestigingen

Schriftelijke externe bevestigingen worden als zeer betrouwbaar aangemerkt. Een reden om dit niet veelvuldig toe te passen is dat het relatief kostbaar is en belastend is voor zowel de cliënt als de aangeschreven partij(en).

De bevestigingen dienen rechtstreeks door de accountant ontvangen te worden. De accountant dient zelf de uitvraag te doen om te voorkomen dat informatie bewerkt wordt.

Een positieve bevestiging betekent dat er geen saldo wordt gecommuniceerd aan de aangeschreven partij. Deze partij moet dus zelf een bedrag invullen en aan de accountant rapporteren. Dit levert doorgaans een lager responspercentage op.

Bij de negatieve bevestiging is er een bedrag of overzicht door de accountant aangeleverd bij een aangeschreven partij. Deze variant levert minder zekerheid op.

Voorbeelden van opgaven: standaardbankverklaring (banksaldo’s), consignatie verklaring (voorraden niet in eigendom), depotopgave (voorraden), debiteurensaldo’s, crediteurensaldo’s, etc.

Controleberekeningen

Bij lijsten rekent de accountant deze door. Er wordt vastgesteld of de lijsten rekenkundig juist zijn. Dit gebeurt bij verschillende documenten: de jaarrekening, kolommenbalans, debiteurenlijsten, activastaten, berekeningen, etc.

Dit kan zowel handmatig als automatisch gedaan worden.

Reperformances

Het opnieuw uitvoeren van een controle of interne beheersmaatregel door de accountant. Dit geldt voor de registraties als de boekingen in de financiële administratie.

Cijferanalyses

Het leggen van verbanden van zowel financiële als niet-financiële informatie. Dit resulteert in een bepaalde verwachting (uitkomst) die zal moeten aansluiten met de werkelijke cijfers. Deze cijferanalyses worden in verschillende fases van de controle uitgevoerd. Een jaarrekeningpost van niet materieel belang is meestal een cijferanalyse voldoende om zekerheid te verkrijgen. Bij andere materiële posten is het indicatief om risico’s te identificeren.

De afsluitende cijferanalyse bevestigt de uitkomsten van de controle.

Verbandscontroles

De verbandscontrole is een specifiek soort cijferanalyse. Er wordt van financiële informatie een verband verwacht.

- Een bepaalde verhouding van kortingen of marges.

- Een verhouding tussen de salariskosten en het aantal medewerkers (fte). 

 

Bij afwijkingen zal een verbandscontrole niet verklarend zijn en zijn er aanvullende werkzaamheden nodig om de oorzaak te duiden. 

 

Veel gebruikte verbandscontroles:

 

  1. Goederenbeweging: beginvoorraad + inkopen - eindvoorraad = verkopen.
  2. Totaal inkopen = opboeking crediteuren.
  3. Totaal verkopen = opboeking debiteuren.
  4. Totaal ontvangsten magazijn = opboeking inkopen.

 

  1. MVA x gemiddelde afschrijvingspercentage = afschrijvingskosten.
  2. Gemiddelde schuld x rentepercentage = rentekosten.

 

Bij het uitvoeren van verbandscontroles is het gebruik van documentatie een middel om de betrouwbaarheid te vergroten. Bijvoorbeeld een leningsovereenkomst aansluiten met het rentepercentage van de openstaande schuld. 

 

Inlichtingen

De accountant kan inlichtingen inwinnen zowel intern als extern bij goed geïnformeerde medewerkers. Dit levert doorgaans bruikbare controle-informatie op. Om de informatie te bevestigen kunnen er verificatie waarnemingen uitgevoerd worden. Dus wat de persoon vertelt of dit ook aansluit met de werkelijkheid (o.b.v. documentatie). 

De accountant verkrijgt een bevestiging bij de jaarrekening om bepaalde informatie te bevestigen.

De accountant doet bepaalde werkzaamheden om betrouwbare en relevante controle-informatie te verkrijgen. 

Om de volledigheid van een post vast te stellen, ligt het voor de hand om een cijferanalyse te kiezen boven een waarneming. Bij het vaststellen van het bestaan van debiteuren is een externe bevestiging beter dan een verzoek om inlichtingen.

Boeken Auditing en Assurance