Fraude

De accountant kan soms niet de verwachtingen van het maatschappelijk verkeer waarmaken. Niet altijd wist de accountant fraudes te ontdekken.

Wat is fraude?

De Wta en NV COS 240 hanteren een eigen definitie van fraude.

De Wta gaat verder en verplicht ook een melding van fraude aan een opsporingsambtenaar.

 

Definitie fraude NV COS 240

Een opzettelijke handeling door een of meer leden van het management, met governance belaste personen, werknemers of derden, waarbij gebruik wordt gemaakt van misleiding teneinde een onrechtmatig of onwettig voordeel te verkrijgen.

 

Definitie fraude Wta (art 36 Bta)

Onder fraude van materieel belang als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de wet wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen en waarbij de aard of de omvang zodanig is dat beslissingen die in het maatschappelijk verkeer worden genomen op grond van de financiële verantwoording van de controlecliënt zouden kunnen worden beïnvloed door die misleiding.

 

De definitie van de Wta benadrukt ook ‘nalaten’.  De NV COS benoemd explicieter de functies.

Belangrijke elementen fraude:

  1. Opzet
  2. Misleiding
  3. Wederrechtelijk voordeel

Bij een aanwijzing of vermoeden van fraude moet de accountant deze drie kernelementen vastleggen in het dossier.

Soorten fraude

Bij fraude van een medewerker is de directie het aanspreekpunt voor de accountant. Bij een directiefraude is het toezichthoudend orgaan het aanspreekpunt.

Oneigenlijk toe-eigenen van activa: goederen, geld ontvangsten, betalen van privérekeningen.

Frauduleuze verslaggeving: opzettelijke onjuiste grondslagen toepassen. foutief waarderen, te vroeg of te laat verantwoorden (speelt met name op directieniveau).

 

Fraude

Wat doet een accountant met fraude?

Het redresseren (herstellen) van fraude kan door de cliënt uitgevoerd worden, waardoor een melding door de accountant niet nodig is.

  1. Retrospectief: herstel van schade door fraude. Bij belastingfraude alsnog belasting betalen. etc.
  2. Prospectief: In de toekomst fraude voorkomen. De cliënt moet dus maatregelen treffen, zoals tekortkomingen in de AO/IB oplossen.

 

 

Wta en NV COS

Zowel de Wta als NV COS beschrijven indien een accountant een vermoeden van fraude tijdens controlewerkzaamheden constateert.

NV COS 240 De verantwoordelijkheden van de accountant met betrekking tot fraude in het kader van een controle van financiële overzichten:

Deze NV COS 240 raakt niet alle assurance-opdrachten. Echter is het wel de verwachting dat de accountant de escalatieladder toepast bij een vermoeden van fraude bij andere assurance-opdrachten.

De Wta is van toepassing op wettelijke controles. De Wta gaat voor op de standaarden (o.a. NV COS 240). Wta geldt niet voor vrijwillige controles en dus zijn er de standaarden die gevolgd moeten worden.

 

Escalatieladder NV COS 240

  1. Bij iedere jaarrekeningcontrole een inventarisatie van de frauderisico’s.
  2. Bij een aanwijzing voor fraude de consequenties beoordelen voor de controle. Melden aan de directie of toezichthoudend orgaan.
  3. Het effect op de controleverklaring vaststellen.
  4. Indien de fraude niet wordt hersteld of maatregelen getroffen, kan de accountant de opdracht teruggeven.

Redresseren

Het redresseren (herstellen) van fraude kan door de cliënt uitgevoerd worden, waardoor een melding door de accountant niet nodig is.

  1. Retrospectief: herstel van schade door fraude. Bij belastingfraude alsnog belasting betalen. etc.
  2. Prospectief: In de toekomst fraude voorkomen. De cliënt moet dus maatregelen treffen, zoals tekortkomingen in de AO/IB oplossen.

Meldplicht fraude

Vanuit de Wta (sinds 1 oktober 2006) geldt er een meldplicht bij fraude (artikel 26 Wta). Vanuit het Besluit toezicht accountantsorganisaties betreft het artikel 36 en 37. De Wta en Bta zijn van toepassing op de wettelijke controles!

Vanuit standaard 240 (de verantwoordelijkheden van de accountant met betrekking tot fraude in het kader van een controle van financiële overzichten) geldt voor wettelijke en vrijwillige controles.

 

Geheimhoudings- of meldplicht

Artikel 26 lid 1 van de Wta bepaalt de geheimhoudingsplicht van de accountant. 

Artikel 26 lid 2 bepaalt dat bij een redelijk vermoeden van materiële fraude er melding gemaakt moet worden bij een opsporingsambtenaar.

 

Per heden geldt deze melding voor zowel de OOB als niet OOB.

Artikel 26 lid 3 van de Wta bepaalt dat de accountant niet aansprakelijk is voor de gevolgschade van deze melding bij de opsporingsambtenaar. Hierbij is het van belang dat de accountant goed documenteert op basis van welke feiten en omstandigheden het redelijk vermoeden van fraude zijn gebaseerd.

Redelijk vermoeden

Een redelijk vermoeden wordt in het strafrecht beschreven in art 27:

Als verdachte wordt vóórdat de vervolging is aangevangen, aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit.

Vanuit Wta artikel 26 lid 2 wordt aangesloten bij het strafrecht. 

Een redelijk vermoeden moet een accountant niet te snel beargumenteren. De andere kant is ook zeker niet te laat melden van een redelijk vermoeden van fraude. 

Vrijwaring

Artikel 26 lid 3 Wta bepaalt wat vrijwaring is:

De externe accountant die tot een melding als bedoeld in het tweede lid is overgegaan, is niet aansprakelijk voor de schade die een derde dientengevolge lijdt, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat gelet op alle feiten en omstandigheden in redelijkheid niet tot melding had mogen worden overgegaan.

De rode tekst kan aanleiding zijn bij een onterechte melding dat een cliënt een accountant aansprakelijk stelt. Mocht er bijvoorbeeld een rechtszaak volgen en een vrijspraak dan biedt dit een cliënt een relatief sterke positie om de accountant aansprakelijk te stellen.

Documentatie

De accountant dient bij een redelijk vermoeden van materiële fraude de feiten en omstandigheden te documenteren. Waarom is er sprake van:

    1. Een redelijk vermoeden.
    2. Fraude (en dus de drie elementen):
    3. opzet
    4. misleiding
    5. wederrechtelijk voordeel
    6. materieel belang

Fraude en beoordelings- of samenstelopdrachten

De accountant moet ook bij beoordelings- of samenstelopdrachten bij een aanwijzing van fraude handelen.

NV COS 2400 = opdracht tot het beoordelen van financiële overzichten.

Artikel 52

Wanneer er een aanwijzing is dat fraude of niet-naleving van wet- en regelgeving, of vermoede fraude of niet-naleving van wet- en regelgeving, heeft plaatsgevonden binnen de entiteit, dient de accountant:

  1. de aangelegenheid te communiceren, tenzij dit op grond van wet- of regelgeving verboden is, met het gepaste niveau van management of de met governance belaste personen in voorkomend geval; (Zie Par. A93)
  2. te verzoeken om een inschatting van het management van de eventuele effecten op de financiële overzichten;
  3. het eventuele effect van de inschatting van het management van de effecten van geïdentificeerde of vermoede fraude of niet-naleving van wet- en regelgeving die aan de accountant zijn gecommuniceerd in overweging te nemen in relatie tot de conclusie van de accountant over de financiële overzichten en in relatie tot de beoordelingsverklaring; en
  4. te bepalen of wet- en regelgeving of relevante ethische voorschriften: (Zie Par. A94, A95, A96, A97 en A98)
    1. van de accountant vereisen om aan een bevoegde instantie buiten de entiteit te rapporteren;
    2. verantwoordelijkheden vaststellen waaronder het rapporteren aan een bevoegde instantie buiten de entiteit als dit passend is in de omstandigheden.

NV COS 4410 - Samenstelopdrachten

In de paragrafen 32 t/m 35 van de NV COS 4410 is fraude bij samenstelopdrachten uitgewerkt. Dit kan resulteren in het teruggeven van de samenstelopdracht.

Boeken Auditing en Assurance